E.M.D.R.

                                                                               Download hier de folder over EMDR

Wat is EMDR?
Eye Movement Desensitization and Reprocessing, afgekort tot EMDR, is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring, zoals een ernstig verkeersongeval of een geweldsmisdrijf. Men spreekt dan wel van een 'trauma'.

EMDR is een relatief nieuwe therapie.
Een eerste versie van EMDR werd in 1989 beschreven door de ontwikkelaarster ervan, de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. In de jaren daarna werd deze procedure verder uitgewerkt en ontwikkelde EMDR zich tot een volwaardige therapeutische methode.

Waarvoor is EMDR bedoeld?
Bepaalde gebeurtenissen kunnen diep ingrijpen in het leven van mensen. Een groot deel van de mensen 'verwerken' deze ervaringen op eigen kracht. Bij anderen ontwikkelen zich psychische klachten. Hierbij gaat het vooral om zich opdringende herinneringen aan de traumatische gebeurtenis, waaronder angstwekkende beelden (herbelevingen; 'flashbacks') en nachtmerries. Men spreekt dan van een post traumatische stress-stoornis (PTSS). EMDR is bedoeld voor de behandeling van mensen met PTSS en andere traumagerelateerde angstklachten. Voorwaarde is dat deze klachten zijn ontstaan als direct gevolg van een concrete, akelige gebeurtenis en waarbij het denken aan deze gebeurtenis nog steeds een emotionele reactie oproept.

Werkt EMDR?
Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van EMDR. Uit de resultaten blijkt dat cliŽnten goed op EMDR reageren. Als het gaat om een trauma na een eenmalige ingrijpende gebeurtenis dan zijn mensen vaak al na drie tot vier zittingen in staat om de normale dagelijkse bezigheden weer op te pakken.

Hoe weet je of EMDR kan worden toegepast?
In het begin van de EMDR therapie zal er uitgebreid aandacht worden besteed aan de oorzaak en achtergronden van de klachten. Daarnaast wordt er een taxatie gemaakt van een aantal individuele kenmerken waaronder de persoonlijke draagkracht en de last die men van de klachten ondervindt. Hieruit zal blijken of een gerichte traumabehandeling op dat moment noodzakelijk of nodig is, en of daarvoor EMDR kan worden gebruikt.

Welke voorbereidingen zijn nodig?
EMDR werkt vaak snel. Daarnaast kan het ook een intensieve therapie zijn. Daarom zal de therapeut niet alleen vertellen wat hij gaat doen en waarom, maar ook uitgebreid uitleggen hoe de cliŽnt zijn emoties zo goed mogelijk de baas kan blijven. Dit wordt meestal ook geoefend.

Hoe gaat EMDR in z'n werk?
De therapeut zal vragen aan de gebeurtenis terug te denken inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces opgestart. De therapeut zal vragen de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Maar nu gebeurt dit in combinatie met een afleidende stimulus. Doorgaans zal dat de hand van de therapeut zijn. De therapeut zal vragen de aandacht hierop te richten en daarna de hand op ongeveer 30 centimeter afstand, voor het gezicht langs, heen en weer bewegen . Hierbij gaat het om series ('sets' genoemd) van ongeveer 25 oogbewegingen. Na elke set wordt er even rust genomen. De therapeut zal de cliŽnt dan vragen wat er in gedachten naar boven komt. De EMDR procedure brengt doorgaans een stroom van gedachten en beelden op gang, maar soms ook gevoelens en lichamelijke sensaties. Vaak verandert er wat. De cliŽnt wordt na elke set oogbewegingen gevraagd zich te concentreren op de meest opvallende verandering, waarna er een nieuwe set volgt.

Wat zijn de te verwachten effecten?
De sets oogbewegingen zullen er langzamerhand toe leiden dat de herinnering haar kracht en emotionele lading verliest. Het wordt dus steeds gemakkelijker aan de oorspronkelijke gebeurtenis terug te denken. In veel gevallen veranderen ook de herinneringsbeelden zelf en worden ze bijvoorbeeld waziger of kleiner. Maar het kan ook zijn dat minder onprettige aspecten van dezelfde situatie naar voren komen. Een andere mogelijkheid is dat er spontaan nieuwe gedachten of inzichten ontstaan die een andere, minder bedreigende, betekenis aan de gebeurtenis geven. Deze effecten dragen ertoe bij dat de schokkende ervaring steeds meer een plek krijgt in de levensgeschiedenis van de persoon.

Zijn er ook naeffecten te verwachten?
Na afloop van een EMDR therapie kunnen de effecten nog even doorwerken. Dat is natuurlijk goed. Toch kan dit in sommige gevallen de cliŽnt het idee geven even de regie kwijt te zijn. Bijvoorbeeld als er nieuwe beelden of gevoelens naar boven komen. Vaak is het dan een geruststelling om te weten dat dit in de regel niet langer dan drie dagen aanhoudt. Daarna is er als het ware een nieuw evenwicht ontstaan. Het is aan te bevelen een dagboekje bij te houden en op te schrijven wat er naar boven komt. Deze dingen kunnen dan in de volgende zitting aan de orde komen.

Wat is het werkingsmechanisme van EMDR?
Hoe EMDR precies werkt is nog onduidelijk. Een mogelijke verklaring voor de effecten van EMDR is dat de procedure leidt tot versnelde informatieverwerking. Denkbaar is dat combinatie van het sterk denken aan de traumatische gebeurtenis en de aandacht voor de afleidende stimulus er voor zorgt dat het natuurlijk verwerkingssysteem wordt gestimuleerd. Toekomstig onderzoek zal uit moeten maken hoe de waargenomen effecten het best kunnen worden verklaard.

Hoe nu verder?
Mocht u nog vragen hebben over EMDR of wilt u weten of behandeling EMDR geschikt is voor het verminderen van uw eigen klachten, leg het ons voor.

Voor meer en wetenschappelijke informatie over EMDR, klik hier

Referenties

De Jongh, A. & Ten Broeke, E. (1998). Treatment of choking phobia by targetting traumatic memories
     with EMDR: A case study. Clinical Psychology and Psychotherapy, 5, 264-269.
De Jongh, A., Ten Broeke, E. & Renssen M.R. (1999). Treatment of specific phobias with Eye Movement
     Desensitization and Reprocessing (EMDR): Protocol, empirical status, and conceptual issues. Journal
     of Anxiety Disorders, 13, 69-85.
De Jongh, A., Van den Oord, H.J.M., & Ten Broeke, E. (2002). Efficacy of Eye Movement Desensitization
     and Reprocessing (EMDR) in the treatment of specific phobias: Four single-case studies on dental
     phobia. Journal of Clinical Psychology, 58, 1489-1503.
De Jongh, A. & Ten Broeke (2007). Treatment of specific phobias with EMDR: Conceptualization and
     strategies for the selection of appropriate memories. Journal of EMDR Practice and Research, 1,
46-57.
De Jongh, A. & Ten Broeke, E. (2003; derde druk 2006). Handboek EMDR: een geprotocolleerde
     behandelmethode voor de gevolgen van psychotrauma. Harcourt publishers: Amsterdam [ISBN 90
     265 1724 6].
Shapiro, F. (2001). Eye movement desensitization and reprocessing: Basic principles, protocols and
     procedures. New York: Guilford Press.
Shapiro, F. (2002). Paradigms, processing, and personality development. In: F. Shapiro (Ed.). EMDR as
     an integrative psychotherapy approach: Experts of diverse orientations explore the paradigm prism
     (pp. 3-26). American Psychological Association: Washington DC, USA.

Behandelrichtlijn EMDR
Landelijke stuurgroep multidisciplinaire richtlijnen in de GGZ (2003). Multidisciplinaire Richtlijn
     Angststoornissen. Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO/Trimbos-instituut. Beschikbaar
     op: www.ggzrichtlijnen.nl 

Enkele studies naar EMDR
Christman, S.D., Garvey, K.J., Propper, R.E., & Phaneuf, K.A. (2003). Bilateral eye movements enhance
     the retrieval of episodic memories. Neuropsychology, 17, 221-229.
Christman, S.D., Brown, T.J., & Propper, R.E. (2006). Increased interhemispheric interaction is
     associated with earlier offset of childhood amnesia. Neuropsychology, 20, 336-345.
Barrowcliff, A.L., Gray, N.S., MacCulloch, S., Freeman, T. C. A., & MacCulloch, M.J. (2003). Horizontal
     rhythmical eye-movements consistently diminish the arousal provoked by auditory stimuli. British
     Journal of Clinical Psychology, 42, 289Ė302.
Elofson, U.O.E., von SchŤele B, Theorell T, Sondergaard H.P. (2007). Physiological correlates of eye
     movement desensitization and reprocessing. Journal of Anxiety Disorders.
Ironson, G., Freund, B., Strauss, J.L. & Williams, J. (2002). Comparison of two treatments for traumatic
     stress: A community-based study of EMDR and prolonged exposure. Journal of Clinical Psychology,
     58, 113-128.
Lee, C., Gavriel, H., Drummond, P, Richards, J. & Greenwald, R. (2002). Treatment of PTSD: Stress
     inoculation training with prolonged exposure compared to EMDR. Clinical Psychology, 58, 1071- 
     1089.
Lee, C.W., Taylor, G. & Drummond P.D. (2006). The active ingredient in EMDR: Is it traditional
     exposure or dual focus of attention. Clinical Psychology and Psychotherapy, 13, 97-107.
MacCulloch, M.J. & Feldman, P. (1996). Eye movement desensitization treatment utilizes the positive
     visceral element of the investigatory reflex to inhibit the memories of post-traumatic stress
     disorder: British Journal of Psychiatry, 169, 571-579.